Prima nieuws in Binnenlands Bestuur: de waterschappen naderen hun einde. De commissie-Kalden, een van de negentien werkgroepen die naar bezuinigingen zoeken, is van mening dat de waterschappen het beste als uitvoeringsorganisaties bij het Rijk en de provincies kunnen worden ondergebracht. Dat is prima nieuws want de politieke steun voor het behoud van de waterschappen is vrijwel weg. De VVD ziet het nu ook niet meer zitten en de CDA-bestuurdersvereniging wil het aantal waterschappen fors verminderen.
Dat de Unie van Waterschappen nu aan onderbuikpolitiek doet door stoer te doen over een marginale bezuiniging van 23 miljoen euro en de risico’s dat de Kamers of Provinciale Staten die centen gaan verschuiven naar andere prioriteiten is wel jammer en ook feitelijk onjuist. Op de totale collectieve uitgaven voor waterbeheer zijn de uitgaven van de waterschappen minimaal. De afweging waar het geld het beste naar toe kan gaan is bij deze organen een kwestie van meerderheden die prioriteiten stellen, net zoals er in waterschapsbesturen soms ook geen meerderheden zijn om prioriteiten te stellen of belangen te behartigen. Het zij zo.
Helaas duurt het wel minimaal acht jaar voordat de waterschappen worden opgeheven want artikel 133 van de Grondwet moet natuurlijk nog met een wijzigingswet worden geschrapt. Of zou het toch nog kunnen dat de Tweede Kamer het einde van de rit in 2014 niet haalt en de tussentijdse verkiezingen samenvallen met de tweede lezing?
