I don’t like monday’s van Boomtown Rats blijft een van mijn lievelingsplaten. Maandag is voor mij de dag van de inefficiëntie, warrigheid en onbereikbaarheid. Probeer op maandagochtend maar iemand aan de telefoon te krijgen: dat lukt nauwelijks. Intrigerende e-mails of post probeer ik nooit op zaterdag te versturen, ter voorkoming van een bijdrage aan de toch al volle mailbox of postvak. Op maandagmiddag, na de drie uur-dip, een stem bij de Eerste Kamerverkiezingen uitbrengen schijnt ook link te zijn. D66-statenlid Wim Cool maakte door de maandagblues dankzij een verdwenen rood potlood en een brandende blauwe BIC-pen in de binnenzak de achtste SP-zetel mogelijk, waarvoor bedankt!
Los van de potloodkleur blijft de kieswijze van de Eerste Kamer een farce. In normale politieke tijden duikt er één week voor de verkiezingen weer een vinnig artikeltje op in het Nederlands Juristenblad, wordt er in de kolommen van serieuze dagbladen wat gemopperd door staatsrechtgeleerden en moeten nieuwbakken Statenleden een spoedcursus senaatstemmen volgen. In mijn geval kreeg ik een dringende brief binnen met daarin de verplichting om op de nummer 1 van de SP te stemmen. Natuurlijk doe ik dit met genoegen, omdat Statenleden in dit stelsel niets meer dan kiesmannen zijn. Maar dankzij zulke expliciete druk en de het stelsel van gewogen stemmen een illusie te denken dat deze verkiezingen op basis van “geheime en vrije stemmingen” plaatsvinden. Natuurlijk: de camera’s moeten bij het stemhokje wegblijven, er ligt een rood potlood – soms onvindbaar bij het richeltje – en er mag zich slechts één Statenlid in een stemhokje bevinden. Maar diens stem is openbaar traceerbaar en leidt in het slechtste geval tot honende krantenkoppen en in dit tijdperk tot hoongelach op Twitter.
Los van het tijdsgewricht pleit er eigenlijk niets voor de handhaving van de huidige kieswijze van de Eerste Kamer. Déze verkiezingen voor de senaat waren extra geladen vanwege de vraag of het kabinet-Rutte ook in de Eerste Kamer een meerderheid achter wetsvoorstellen weet te krijgen. De stoelendans, de Haagse bakjes, bedelbrieven en het boek van Ruud Koornstra, waarvoor plaatsvervangende dank, waren allemaal even beschamend. Dat geldt nog meer voor het tactisch schuiven met stemmen tussen partijen, wat feitelijk neerkomt op kiezersbedrog. Los van het tijdsgewricht zal deze vierjarige cyclus zich tot in lengte van decennia blijven herhalen: slechts weinigen hebben een warm hart voor de senaat, enkele weken voor de verkiezingen droomt men over verandering en in de nasleep is er altijd weer een partij die het anders wil. Om vervolgens te zwijgen. Wezenlijke veranderingen in de positie, en daarmee ook de kieswijze, van de Eerste Kamer zijn dan ook niet te verwachten. De invoering van wijzigingen zal, ijs en grondwetswijziging in twee lezingen dienende, pas op z’n vroegst rond 2019 zijn beslag krijgen. Ik hoop tegen die tijd als Statenlid te zijn afgezwaaid.
Iets waar we ook lang plezier van zullen hebben is het bestuursakkoord tussen Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen. Althans: tussen het Rijk en belangenbehartigers IPO (provincies) en VNG (gemeenten). Normale mensen komen bij onderhandelaarsakkoorden nooit aan bod en dat zullen we weten ook. Het bezuinigingsakkoord bevat immers interessante taken en bevoegdheden voor provincies, die bijvoorbeeld meer te zeggen krijgen over de ruimtelijke ordening en de regionale economie. Maar aan de andere kant worden gemeenten keihard in de portemonnee gepakt door het over de schutting gooien van een deel van de zware, onverzekerbare AWBZ-zorg en de Wet werken naar vermogen. De Wet werken naar vermogen zorgt ervoor dat gemeenten de verantwoordelijkheid krijgen voor de sociale werkvoorziening en de jongehandicaptenuitkering Wajong. In ruil voor minder geld – 1,8 miljard euro – moeten gemeenten die kwetsbare groep mensen aan het werk helpen. Het is natuurlijk schandalig dat veel mensen door bureaucratie en onwil nooit tot volle bloei kunnen komen, maar het is nog erger om ze in de knop te breken. Want dit bezuinigingsakkoord slingert al die zaken over de schutting van gemeenten. De benodigde zak geld blijft echter in Den Haag staan.
Helemaal opvallend is de rol van de sociaal-democratische Gelderse broeders en zusters van de PvdA. Ware sociaal-democraten koesteren mensen en proberen het beste uit mensen te halen. Maar het aloude ideaal van verheffing, broodnodig in deze tijd, blijkt te zijn ingeruild voor kil systeemdenken en een nog killere twijfelachtigheid: “duivelse dilemma’s” zoals PvdA-statenlid Mijnke Bosman ze op de website van de PvdA Gelderland noemt. De hamvraag voor de PvdA is of je meewerkt, en dan probeert te redden wat er te redden valt óf dat je tegenstemt en dan maar moet afwachten wat de volgende stap zal zijn. Maar de broeders en zusters hadden de redenering ook kunnen omdraaien: juist door nú niet in te stemmen met dít akkoord, dat voor gemeenten onacceptabel is, kan het spel opnieuw worden bepaald. Daarbij hoeft overdracht van zorgtaken naar gemeenten niet erg te zijn, zorg dichtbij mensen is juist fantastisch, maar dan moet de zak geld wel mee. Veel PvdA-wethouders en raadsleden zien dat ook in. Sterker nog: enkelen van hen, waaronder uit Doetinchem, willen een proces tegen het Rijk beginnen vanwege de dumpbezuinigingen. Elders spreken veel gemeenteraden en college’s zich juist tegen het bestuursakkoord uit. Vaak zijn dat ook PvdA’ers, zelfs op provinciaal niveau zoals in Utrecht. Maar in Gelderland liepen de hazen nu even anders: de vermeende stabiliteit van de regentenplus-coalitie was belangrijker dan een begrijpelijke tegenstem, een stem vóór mensen die aan de zijlijn staan. Ik heb sinds maandag dan ook een vreemd gevoel als ik foto’s met daarop PvdA-ballonnen zie, iets met proefballonnetjes….

Voor de liefhebbers: uiteraard een vakje ROOD gekleurd, met potlood!